ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1895
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vervangingsreserve bij overdracht onroerende zaak zonder voornemen tot vervanging
De belanghebbende, een vennootschap met diverse dochterondernemingen, had in 1995 de economische eigendom van een onroerende zaak verkocht aan haar directeuren/aandeelhouders en deze onroerende zaak vervolgens gehuurd voor een periode van vijf jaar. De Inspecteur weigerde de vorming van een vervangingsreserve over de boekwinst uit deze overdracht, omdat de belanghebbende niet aannemelijk kon maken dat zij ultimo 1995 het voornemen had om de onroerende zaak binnen vier jaar te vervangen.
De belanghebbende stelde dat zij wel degelijk een voornemen tot vervanging had, onder meer omdat in 1997 een dochtermaatschappij in België grond had gekocht voor nieuwe bedrijfsactiviteiten. Het Hof oordeelde echter dat dit voornemen niet aannemelijk was ultimo 1995, mede omdat de huurovereenkomst niet tussentijds kon worden opgezegd en de plannen in België pas later concreet werden.
Verder achtte het Hof aannemelijk dat de overdracht van de economische eigendom vooral was gericht op verbetering van de vermogensstructuur en niet op vervanging. Ook het vermoeden dat de activiteiten in België anders van aard zouden zijn dan die in Nederland, werd niet ontzenuwd. Gelet hierop werd het beroep van de belanghebbende ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende wordt verworpen en de weigering van de vervangingsreserve bevestigd.