ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1953
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Meulenbroek
- Begheyn
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis wegens onrechtmatig handelen bij verkoop grondstoffen
In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Breda van 9 maart 1999 bevestigd. De zaak betreft een geschil tussen appellant en geïntimeerde over de eigendom van grondstoffen die appellant op naam van een ander bedrijf verkocht, terwijl de betaling op zijn eigen rekening werd ontvangen.
De rechtbank en het hof oordelen dat de grondstoffen eigendom waren van geïntimeerde en dat appellant onrechtmatig heeft gehandeld door de betaling niet aan het juiste bedrijf te laten plaatsvinden. De getuigenverklaringen van directeuren van beide betrokken ondernemingen ondersteunen deze conclusie.
Appellant voerde meerdere grieven aan, waaronder twijfel aan de geloofwaardigheid van getuigen en het ontbreken van een geldige afspraak over de tenaamstelling van facturen. Deze grieven zijn door het hof verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing en de duidelijke bewijsvoering van geïntimeerde.
Het hof veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de kosten wegens onrechtmatig handelen.