ECLI:NL:GHSHE:2001:AB2383
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in beroep inzake inkomstenbelastingaanslag 1997 afgewezen
Belanghebbende was niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 1997 omdat het beroepschrift niet voldeed aan wettelijke eisen: het bevatte geen gronden en was onvoldoende gestructureerd om het belang of het belastingbedrag te kunnen bepalen.
Belanghebbende maakte verzet tegen deze niet-ontvankelijkheidsbeschikking en stelde dat het beroepschrift wel degelijk gemotiveerd was, dat zij niet voldoende gelegenheid had gekregen om het beroepschrift nader te motiveren, en verwees naar een brief waarin de gronden zouden blijken.
Het hof oordeelde dat het beroepschrift geen inhoudelijke motivering bevatte en dat de brief slechts verwees naar een andere procedure met een soortgelijk probleem, wat niet als motivering kon gelden. Tevens wees het hof erop dat belanghebbende meerdere malen was uitgenodigd om de gebreken te herstellen, met duidelijke waarschuwingen over de gevolgen van het uitblijven daarvan.
Gelet hierop was het hof van oordeel dat de niet-ontvankelijkheidsverklaring terecht was en verklaarde het verzet ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheidsbeschikking inzake het beroep op de aanslag inkomstenbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard.