ECLI:NL:GHSHE:2001:AB2384
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.W.J. Huige
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening en onvoldoende bewijs beroepskosten verhuizing
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting 1996, waarbij zij hogere beroepskosten wegens verhuizing had opgevoerd dan het forfaitaire bedrag dat de Inspecteur had gehanteerd. Na een langdurige correspondentie en verzoeken om stukken, legde de Inspecteur de aanslag definitief vast en wees het bezwaar af. Belanghebbende stelde beroep in bij het Gerechtshof.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende het hogere bedrag aan beroepskosten mocht aftrekken en of haar beroepschrift tijdig was ingediend. Het Hof oordeelde dat het beroepschrift te laat was ingediend, mede doordat een brief van belanghebbende met onjuiste gegevens niet tijdig bij het bevoegde orgaan was aangekomen. De Inspecteur was niet in verzuim met het doorzenden van het beroepschrift.
Daarnaast was belanghebbende niet geslaagd in de bewijslast om aannemelijk te maken dat de hogere beroepskosten terecht waren opgevoerd. De stukken waren onvoldoende gespecificeerd en konden niet aantonen dat de kosten daadwerkelijk ten laste van haar waren gekomen. Het Hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep wegens te late indiening en onvoldoende bewijs voor hogere beroepskosten.