ECLI:NL:GHSHE:2001:AC6688
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- M.E. van Hilten
- A.C. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van all-in abonnementen als één enkele dienst in omzetbelasting
Het geschil betreft de fiscale kwalificatie van de diensten die belanghebbende verleent aan houders van all-in abonnementen en all-in 10-x-kaarten in haar sportcentrum. De vraag is of deze diensten als één enkele dienst moeten worden beschouwd of als meerdere afzonderlijke diensten die elk apart beoordeeld moeten worden voor de omzetbelasting.
Het hof baseert zich op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (CPP) en stelt vast dat de kenmerkende elementen van de dienstverrichting bepalen of sprake is van één of meerdere diensten. Belanghebbende biedt haar klanten de mogelijkheid om bij elk bezoek te kiezen uit verschillende sportfaciliteiten zoals aerobics, fitness en squash, waarbij de combinatie per bezoek kan verschillen. Dit leidt tot de conclusie dat economisch gezien één dienst wordt verleend.
De fysieke scheiding van de squashbanen van de overige ruimten leidt niet tot het afsplitsen van dit element als een afzonderlijke dienst, ook niet omdat squash afzonderlijk als vrijgestelde verhuur van onroerende zaken kan worden aangemerkt. Het hof benadrukt dat vrijstellingen restrictief moeten worden uitgelegd.
Belanghebbende heeft haar beroep op het gelijkheidsbeginsel en een bewijsaanbod laten varen. Het hof bevestigt de bestreden uitspraak en wijst de vordering af. Proceskosten worden niet toegewezen omdat de Inspecteur geen vergoeding heeft gevorderd.
De uitspraak is op 14 augustus 2001 mondeling gedaan door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de all-in abonnementen één enkele dienst vormen en wijst het beroep af.