ECLI:NL:GHSHE:2001:AD3454
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting na sanering onroerende zaak
Belanghebbende verkreeg de economische eigendom van een onroerende zaak die deels was gesaneerd vanwege bodemverontreiniging. De saneringswerkzaamheden vonden plaats vóór de overdracht en betroffen ongeveer 18% van het perceel. Belanghebbende stelde dat de sanering en sloop van opstallen leidden tot vervaardiging van een nieuw goed, waardoor vrijstelling van overdrachtsbelasting van toepassing zou zijn.
De Inspecteur stelde dat de onroerende zaak na sanering nog steeds dezelfde functie had en dat de werkzaamheden als onderhouds- of reparatiewerkzaamheden moesten worden beschouwd, waardoor geen sprake was van vervaardiging. Het Hof oordeelde dat de sanering noodzakelijk was voor woningbouw, maar geen definitieve wijziging van de functie van het goed veroorzaakte.
Op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werd geconcludeerd dat alleen bij het ontstaan van een nieuw goed sprake is van vervaardiging. De sanering bracht geen nieuwe functie tot stand, zodat de vrijstelling niet van toepassing was. Het Hof bevestigde de naheffingsaanslag en wees de vordering tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag omdat de saneringswerkzaamheden niet leiden tot vervaardiging van een nieuw goed.