ECLI:NL:GHSHE:2001:AD4757
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Kok
- De Groot-Van Dijken
- Van Griensven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en terugverwijzing zaak inzake aansprakelijkheid wegens onrechtmatige weigering beregeningsvergunning
Appellant verzocht op 8 juli 1994 een beregeningsvergunning voor zijn grasland, welke door Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Brabant werd geweigerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak vernietigde deze weigering, waarna op 14 november 1995 alsnog vergunning werd verleend. Appellant stelde de Provincie aansprakelijk voor de schade die hij door de weigering had geleden, begroot op f. 84.679,57.
De Provincie weigerde aansprakelijkheid en de rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk, omdat het schadevergoedingsverzoek door het antwoord van de schadeassuradeur en het uitblijven van reactie van de Provincie als een zelfstandig schadebesluit werd gezien, waartegen beroep openstond bij de bestuursrechter. De rechtbank oordeelde dat appellant de bestuursrechter had moeten aanspreken.
In hoger beroep stelde appellant dat hij de gewone rechter bevoegd had aangeroepen, omdat het hier een geldvordering betrof gebaseerd op onrechtmatige daad. Het hof oordeelde dat appellant ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat de gewone rechter bevoegd is. Het hof vernietigde het vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
Het hof wees tevens op de jurisprudentie van de Hoge Raad dat in gevallen van onbevoegdverklaring wegens taakverdeling tussen bestuurs- en gewone rechter, terugverwijzing passend is. Partijen hadden ook verzocht tot terugverwijzing. De Provincie werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van niet-ontvankelijkheid en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.