ECLI:NL:GHSHE:2001:AD4759
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Venner-Lijten
- Dorn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verdeling echtelijke woning en proceskostencompensatie
Partijen, voormalige echtgenoten, waren in geschil over de verdeling van de echtelijke woning en de proceskosten. De rechtbank had de woning getaxeerd op een onderhandse verkoopwaarde van fl. 230.000,-- en deze waarde als uitgangspunt genomen voor de verdeling. Appellant stelde dat hij door dwaling en bedrog was misleid, omdat geïntimeerde niet in de woning zou blijven wonen, en vorderde een hogere waarde of toescheiding aan zichzelf.
Het hof oordeelde dat het beroep op dwaling niet slaagt omdat artikel 3:199 BW Pro de algemene dwalingsregels buiten toepassing laat bij verdeling van gemeenschappen. Er was geen bewijs van bedrog of opzettelijke misleiding door geïntimeerde. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de taxatie niet onredelijk laag was en dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij akkoord was gegaan met een lage taxatie om geïntimeerde te bevoordelen.
Verder stelde appellant dat de waarde van de aankleding en het bedrijf onvoldoende was onderbouwd, maar dit was niet relevant omdat hij artikel 3:196 BW Pro niet als grondslag voor zijn vordering aanvoerde. Ten slotte oordeelde het hof dat de proceskostenveroordeling van appellant onterecht was en compenseerde de proceskosten tussen partijen, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis over de verdeling van de woning en compenseert de proceskosten tussen partijen.