ECLI:NL:GHSHE:2001:AD6409
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- K.L.H. van Mens
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van bedrijfsopvolging en belastingverijdeling bij aandelenoverdracht
Belanghebbende was het niet eens met een aanslag inkomstenbelasting over 1989, waarbij een deel van het belastbaar inkomen tegen een bijzonder tarief werd belast. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de aanslag bevestigde, vernietigde de Hoge Raad dit arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor herbeoordeling.
Het geschil betrof de vraag of belastingverijdeling het doorslaggevende motief was voor de gekozen constructie rond de bedrijfsopvolging en aandelenoverdracht binnen MH B.V. Het Hof stelde vast dat de bedrijfsopvolging van de broer naar S, waarbij belanghebbende buiten stond, complex en langdurig was. S eiste een volledig gelijkwaardige aandeelhouderspositie, wat leidde tot de gekozen structuur.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende feiten had gesteld om aan te tonen dat belastingverijdeling de doorslaggevende reden was. De alternatieve wegen die de Inspecteur noemde, waren niet reëel of haalbaar in de gegeven situatie. De constructie diende een zakelijk belang, namelijk de continuïteit van de onderneming en de gelijkwaardigheid van aandeelhouders.
Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het Hof bevestigde het belastbaar inkomen, maar paste het tarief aan conform de wettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het eerdere arrest, vermindert de aanslag en oordeelt dat de constructie een zakelijk belang diende zonder dat belastingverijdeling het doorslaggevende motief was.