ECLI:NL:GHSHE:2001:AD9359
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- H.E. Koning
- Rechtspraak.nl
Belastingvrijstelling landbouwgrond bij verkoop percelen zonder redelijke kans op ontgronding
Belanghebbende exploiteerde een agrarisch bedrijf en verkocht in 1995 twee percelen landbouwgrond (perceel A en B) aan G B.V. De Inspecteur stelde dat er sprake was van te belasten bestemmingswijzigingswinst, omdat de grond waarschijnlijk binnenkort buiten landbouw zou worden gebruikt. Het hof onderzocht de ruimtelijke ordeningsplannen en het Provinciaal Ontgrondingenplan (POP 1992), waarin perceel A buiten en perceel B binnen een indicatief plangebied voor kleiwinning lag.
Uit verklaringen van de provincie bleek dat voor perceel A geen plannen bestonden voor ontgronding in de periode tot 2001 en daarna. Perceel B lag binnen het indicatieve plangebied, maar ontgronding kon pas na een planherziening en aan strikte voorwaarden worden toegestaan, die ten tijde van verkoop nog niet waren vervuld. Beide percelen werden na verkoop via bruikleenovereenkomsten als landbouwgrond in gebruik gehouden.
Het hof concludeerde dat er geen redelijke kans was dat de percelen binnenkort buiten landbouw zouden worden aangewend, zodat de landbouwvrijstelling van artikel 8, lid 1, aanhef en onderdeel b, van de Wet van toepassing was. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van f 49.458,= en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de aanslag en stelt het belastbaar inkomen vast op f 49.458,= vanwege toepassing landbouwvrijstelling.