ECLI:NL:GHSHE:2001:AE9762
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Van Teeffelen
- Dorn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw handelen
De appellant X. heeft in hoger beroep verzocht het vonnis van de rechtbank te vernietigen en alsnog toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verkrijgen. Hij stelde dat een deel van zijn schulden is ontstaan tijdens zijn detentieperiode van 24 mei 1998 tot 24 mei 2000, waardoor hij niet in staat was aflossingen te verrichten en dat hem hiervan geen verwijt kan worden gemaakt.
Het hof heeft vastgesteld dat X. in 1996 reeds was veroordeeld voor een overtreding van de Opiumwet en een vrijheidsstraf van acht maanden had ondergaan. Tevens was hij verplicht een bedrag van fl. 12.181,45 aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof oordeelde dat X. niet te goeder trouw had gehandeld met betrekking tot een substantieel deel van zijn schulden.
Hoewel X. verklaarde dat er maandelijks bedragen werden ingehouden op zijn A.A.W.-uitkering voor aflossing van schulden, kon hij dit niet met bewijsstukken staven. De detentieperiode van twee jaar kon het hof niet als excuus aanvaarden voor het niet aflossen van schulden die buiten die periode waren ontstaan.
Het hof sluit niet uit dat een toekomstig verzoek tot schuldsanering, mits X. aantoonbaar blijk geeft zich gedurende een substantiële periode maximaal in te spannen voor zijn crediteuren, mogelijk wel kan worden toegewezen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 4 december 2000 waarin het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw handelen.