ECLI:NL:GHSHE:2001:AE9776
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. van Teeffelen
- A. Vlaardingerbroek
- J. van der Velden
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling ongehuwde partners na erfenis
In deze zaak gaat het om de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van twee ongehuwde partners, X en Y, na de ontvangst van een erfenis door Y. De vrouw ontving een erfenis van bijna ƒ 30.000,-, die zij niet op de boedelrekening heeft gestort, maar volledig heeft uitgegeven. De rechtbank te Maastricht heeft op 8 maart 2001 de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X beëindigd, terwijl Y slechts in beperkte mate van de erfenis heeft geprofiteerd. X heeft hiertegen hoger beroep ingesteld.
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank en de mondelinge behandeling die op 6 april 2001 heeft plaatsgevonden. X betoogt dat de rechtbank ten onrechte de schuldsaneringsregeling heeft beëindigd. De rechter-commissaris had eerder voorgesteld om de schuldsaneringsregeling te beëindigen op basis van het feit dat beide partners hun verplichtingen niet nakomen en dat Y de erfenis niet op de boedelrekening heeft gestort. Het hof oordeelt dat X onvoldoende heeft geprofiteerd van de erfenis van Y om de beëindiging van zijn schuldsaneringsregeling te rechtvaardigen.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en herstelt de schuldsaneringsregeling voor X. De beslissing van het hof is gebaseerd op de overweging dat X niet in staat was om de erfenis te beïnvloeden en dat hij niet in de gelegenheid was om van de erfenis te profiteren. De uitspraak benadrukt het belang van de individuele omstandigheden van de betrokkenen in schuldsaneringszaken.