ECLI:NL:GHSHE:2001:AE9796
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. Koens
- A. Draijer-Udo
- J. van der Linden
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens niet tijdige indiening door procureur
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 28 november 2001 uitspraak gedaan in hoger beroep. De zaak betreft een appellant die in eerste aanleg door de rechtbank te 's-Hertogenbosch op 21 augustus 2001 in een schuldsaneringsregeling was geplaatst. De appellant heeft op 26 augustus 2001 verzocht om de beschikking van de rechtbank te vernietigen, maar heeft dit verzoekschrift zonder tussenkomst van een procureur ingediend. Het hof heeft vastgesteld dat de appellant niet tijdig een procureur heeft kunnen verkrijgen, wat hem heeft belet om aan de wettelijke vereisten voor het indienen van hoger beroep te voldoen. De mondelinge behandeling vond plaats op 21 november 2001, waarbij de appellant en zijn raadsman, alsook de curator, aanwezig waren.
Het hof heeft in zijn beoordeling overwogen dat de appellant niet voldoende heeft aangetoond waarom hij niet in staat was om tijdig een procureur te verkrijgen. De wettelijke vereisten, zoals vastgelegd in artikel 341, lid 1 van de Faillissementswet, vereisen dat een beroepschrift door een procureur moet worden ondertekend. Het hof heeft geconcludeerd dat het appelschrift niet is ingediend conform de wettelijke voorschriften, wat leidt tot de niet-ontvankelijkheid van de appellant in zijn hoger beroep. De beslissing van het hof is dat de appellant niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn hoger beroep, en deze uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de griffier.
De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van de wettelijke vereisten voor het indienen van hoger beroep, en dat het niet tijdig verkrijgen van een procureur niet automatisch leidt tot ontvankelijkheid in het hoger beroep. De appellant had de mogelijkheid om binnen acht dagen na de uitspraak van de rechtbank hoger beroep in te stellen, maar heeft deze termijn niet nageleefd.