ECLI:NL:GHSHE:2002:AE1054
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1996 wegens winst uit aanmerkelijk belang na verrekening vorderingen
De belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van A BV, verwierf in 1994 aandelen en een vordering op B BV, welke destijds verlieslijdend was. In 1996 vond een verrekening plaats van vorderingen en schulden tussen A BV, B BV en de belanghebbende. De Inspecteur verhoogde het belastbaar inkomen over 1996 met winst uit aanmerkelijk belang van fl. 127.002,=.
De kern van het geschil was of de aflossing van de vordering vóór 4 juni 1996 had plaatsgevonden, zodat deze een onbelaste vermogenstransactie zou zijn, of op of na die datum, waardoor sprake zou zijn van belastbare winst uit aanmerkelijk belang. De belanghebbende stelde dat de verrekening al in april 1996 was besloten, maar kon dit niet aannemelijk maken wegens gebrek aan schriftelijke stukken.
Het hof oordeelde dat de verrekening inderdaad in 1996 plaatsvond, maar niet vóór 4 juni 1996. De Inspecteur had derhalve terecht de winst uit aanmerkelijk belang in het belastbare inkomen opgenomen. Het hof bevestigde de bestreden uitspraak en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1996 met winst uit aanmerkelijk belang na verrekening van vorderingen.