ECLI:NL:GHSHE:2002:AE3482
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoofdverblijf en tweede woning voor inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende woonde in 1997 met zijn echtgenote in een woning te Y die als hoofdverblijf werd aangemerkt. Daarnaast was hij eigenaar van een woning te D, waar hij doordeweeks verbleef. Belanghebbende stelde dat de woning te D niet als tweede woning, maar als hoofdverblijf moest worden beschouwd, mede vanwege de duurzame beschikbaarheid en eerdere aangiften.
De Inspecteur stelde dat de woning te D een tweede woning was met een hogere huurwaarde dan door belanghebbende opgegeven. Het beroep van belanghebbende betrof ook het beroep op door de Inspecteur opgewekt vertrouwen, vanwege eerdere niet-gecorrigeerde aangiften.
Het Hof oordeelde dat de woning te Y het hoofdverblijf is en de woning te D als tweede woning moet worden aangemerkt. Het beroep op opgewekt vertrouwen werd verworpen omdat eerdere gedragslijnen van de Inspecteur niet als toezegging konden worden gezien. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de woning te D wordt als tweede woning aangemerkt.