ECLI:NL:GHSHE:2002:AE4912
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis over voorwaardelijke vrijstelling BPM voor nieuwe auto bij woon-werkverkeer
Belanghebbende, een fysiotherapeut woonachtig in Nederland en werkzaam in Duitsland, had een vergunning voor voorwaardelijke vrijstelling van BPM voor een oude auto die hij gebruikte voor woon-werkverkeer. Na aanschaf van een nieuwe auto meldde hij dit niet aan de douane en gebruikte hij deze nieuwe auto voor hetzelfde woon-werkverkeer. De Inspecteur weigerde het verzoek om vrijstelling voor de nieuwe auto, waarna belanghebbende bezwaar maakte en in beroep ging bij het Hof.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende de nieuwe auto gebruikte voor het woon-werkverkeer en dat de Inspecteur het verzoek om vrijstelling onterecht had afgewezen omdat niet tijdig een verzoek was ingediend. In een parallelle procedure werd de naheffingsaanslag wegens het gebruik van de nieuwe auto vernietigd. Gezien deze uitspraak en de verklaring van de Inspecteur concludeerde het Hof dat de vergunning voor de nieuwe auto met terugwerkende kracht had moeten worden verleend.
Het Hof vernietigde daarom de bestreden uitspraak en beschikking, en gaf belanghebbende alsnog de vergunning om met voorwaardelijke vrijstelling van BPM gebruik te maken van de weg in Nederland gedurende de periode dat hij de nieuwe auto gebruikte voor woon-werkverkeer. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed. Belanghebbende zag af van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de afwijzing en verleent met terugwerkende kracht de vergunning voor voorwaardelijke vrijstelling van BPM voor de nieuwe auto.