ECLI:NL:GHSHE:2002:AE6305
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof verklaart verzet gegrond wegens ontvankelijkheid beroep in successierechtzaak
Belanghebbende was tegen een aanslag in het recht van successie in bezwaar gekomen, maar het bezwaar werd afgewezen en de aanslag gehandhaafd door de Inspecteur van de Belastingdienst Registratie en Successie Arnhem. Vervolgens werd een beroepschrift ingediend bij het Gerechtshof te Arnhem, dat na doorzending bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch terechtkwam. De Inspecteur verklaarde belanghebbende niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Het Hof oordeelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend, mede gelet op artikel 6:15 lid 3 AWB Pro en arresten van de Hoge Raad die bepalen dat bij late doorzending door een onbevoegd orgaan het beroepschrift wordt geacht tijdig te zijn ingediend indien het binnen twee weken wordt doorgezonden. Daarnaast concludeerde het Hof dat de bijlage met informatie over het indienen van beroep niet met de uitspraak was meegezonden, waardoor de gemachtigde van belanghebbende niet op de juiste wijze geïnformeerd was.
Het Hof verwierp de stellingen van de Inspecteur dat belanghebbende of diens gemachtigde zelf het verzuim had moeten herstellen en dat de Inspecteur geen verdere bemoeienis had met de procedure. Het Hof vond dat de Inspecteur in staat was het verzuim te herstellen en dat het niet aannemelijk was dat de bijlage bewust niet was ontvangen.
Op grond van deze overwegingen verklaarde het Hof het verzet gegrond en oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk is in zijn beroep tegen de aanslag successierecht. De uitspraak werd op 13 juni 2002 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Hof verklaart het verzet gegrond en oordeelt dat belanghebbende ontvankelijk is in zijn beroep tegen de aanslag successierecht.