ECLI:NL:GHSHE:2002:AE6539
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Ficq
- Bark
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in diefstalzaak met toewijzing immateriële schadevergoeding aan benadeelde partij
In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Maastricht van 10 augustus 2000 vernietigd en opnieuw recht gesproken. Verdachte werd beschuldigd van diefstal van een taxi met kenteken, gepleegd op 2 mei 2000. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze diefstal heeft begaan, waarbij tijdens de taxirit een mes werd getoond aan het slachtoffer, wat tot ernstige bedreiging leidde.
Het hof veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd de tijd in voorlopige hechtenis in mindering gebracht. De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend, waarvan het hof de immateriële schade toewijst wegens slaapstoornissen en angstgevoelens veroorzaakt door de gedragingen van verdachte tijdens de diefstal.
De materiële schadevordering werd afgewezen wegens complexiteit en moet bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De verdachte werd veroordeeld tot betaling van €453,78 aan de benadeelde partij en eenzelfde bedrag aan de Staat als zekerheid, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. Het hof legde tevens regels vast over de onderlinge verrekening van deze betalingsverplichtingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, deels voorwaardelijk, en betaling van immateriële schadevergoeding aan benadeelde partij.