ECLI:NL:GHSHE:2002:AE6786
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling onroerende zaak onder Wet WOZ ondanks bezwaar belanghebbende
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, oorspronkelijk vastgesteld op ƒ 301.000,-, en verzocht verlaging naar ƒ 85.000,- of ƒ 150.000,-. Na bezwaar verlaagde de ambtenaar de waarde naar ƒ 235.000,- op basis van een taxatierapport en een ander referentieobject. Het Hof stelde vast dat belanghebbende eigenaar is van een woning met een perceel waarvan een deel als openbare weg in gebruik is.
Belanghebbende klaagde over overlast van een naastgelegen smederij en stelde dat de waardering onvoldoende rekening hield met deze omstandigheden en dat het referentieobject niet vergelijkbaar was. Het Hof oordeelde dat de ambtenaar de juiste procedure had gevolgd, inclusief het verstrekken van relevante gegevens en taxatierapporten. Het gebruikte referentieobject was volgens het Hof beter vergelijkbaar dan het door belanghebbende voorgestelde pand.
Het Hof verwierp de stellingen van belanghebbende over schending van het motiveringsbeginsel, de Wet Openbaarheid van Bestuur en het fair-trial beginsel. Ook concludeerde het Hof dat het taxatierapport betrouwbaar was en dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd om de waardeaanpassing te rechtvaardigen. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van de woning op ƒ 235.000,- en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.