ECLI:NL:GHSHE:2002:AE7603
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hof vermindert aanslag na herziening keuze fictieve buitenlandse belastingplicht
Belanghebbende, een Frans staatsburger die in 1997 naar Nederland werd uitgezonden, had bij zijn aangifte inkomstenbelasting aanvankelijk gekozen voor fictieve buitenlandse belastingplicht in het kader van de 35%-vergoedingsregeling. Deze keuze was per abuis door een administrateur ingevuld. De Inspecteur weigerde aftrekposten toe te staan omdat terugkomen op deze keuze volgens hem niet mogelijk was.
Het Hof overwoog dat het Besluit van 29 mei 1995 niet expliciet regelt wanneer de keuze voor fictieve buitenlandse belastingplicht definitief is, maar dat uit de toelichting volgt dat de keuze uiterlijk bij de eerste aangifte moet worden gemaakt en daarna niet kan worden herzien. Het Hof interpreteerde dit echter zo dat herziening mogelijk is zolang de termijn voor het indienen van het verzoek nog niet is verstreken.
De Inspecteur kon geen concreet belang noemen dat door herziening in gevaar zou komen, terwijl belanghebbende door het niet toestaan van herziening onnodig zou worden benadeeld. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 22.709,--, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten.
De uitspraak werd op 21 augustus 2002 in het openbaar uitgesproken door het Hof te 's-Hertogenbosch. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof vermindert de aanslag en staat toe dat belanghebbende terugkomt op de keuze voor fictieve buitenlandse belastingplicht.