ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8358
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid beroepskosten en vertrouwensbeginsel in inkomstenbelastingzaak
In deze zaak stond centraal of verschillende kostenposten van de belanghebbende, waaronder niet gedeclareerde reiskosten, kosten voor het inhuren van een vervangende beroepskracht, telefoonkosten, afschrijvingskosten van een saxofoon en een premie voor een particuliere verzekering, als aftrekbare beroepskosten konden worden aangemerkt volgens de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het hof oordeelde dat de niet gedeclareerde reiskosten niet aftrekbaar waren omdat de belanghebbende deze kosten had kunnen declareren bij zijn werkgever en geen zakelijke reden had gegeven om hiervan af te zien. De kosten voor het inhuren van een vervangende kracht werden als privékosten beschouwd, en de telefoonkosten waren onvoldoende gespecificeerd om als zakelijk te worden aangemerkt.
Ten aanzien van de afschrijvingskosten van de tweede saxofoon stelde het hof vast dat de belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat deze saxofoon nagenoeg uitsluitend voor beroepsdoeleinden werd gebruikt, mede omdat hij al een saxofoon van zijn werkgever ter beschikking had en sinds juli 1996 geen werkzaamheden meer voor die werkgever verrichtte. Ook de premie voor de particuliere verzekering werd niet als aftrekbare persoonlijke verplichting erkend omdat deze niet in het betreffende belastingjaar was betaald.
Tot slot verwierp het hof het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat eerdere procedures en verklaringen geen rechten voor de belanghebbende hadden gevestigd. Het hof bevestigde daarmee de bestreden uitspraak en wees de beroepsgronden af.
Uitkomst: De bestreden uitspraak wordt bevestigd en de aftrek van de opgevoerde kosten wordt geweigerd.