ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8359
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigen woning en aftrek onderhoudskosten bij mede-eigendom en gebruiksrecht
Belanghebbende was mede-eigenaar van een huis in B en stelde dat hij zijn aandeel had verhuurd aan mevrouw A via een informele overeenkomst. Het hof oordeelde dat belanghebbende deze stelling niet met concreet bewijs had onderbouwd en verwierp daarom het verweer dat hij afstand had gedaan van het gebruiksrecht.
Vast stond dat belanghebbende en mevrouw A het huis aanvankelijk beschikbaar wilden houden voor eigen gebruik totdat zij een nieuwe woning zouden vinden. Belanghebbende had gedurende enkele maanden in 1997 in het huis verbleven, wat bevestigt dat het huis hem ter beschikking stond.
De kern van het geschil betrof de kwalificatie van het huis als eigen woning in de zin van artikel 42a Wet inkomstenbelasting 1964. Het hof oordeelde dat het huis als eigen woning van belanghebbende moet worden aangemerkt, waardoor hij geen recht heeft op aftrek van onderhoudskosten.
De uitspraak van de Inspecteur werd bevestigd en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het griffierecht voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedroeg € 68,07.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.