ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8642
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- A.J. van Soest
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof oordeelt over discriminatie naar nationaliteit bij Nederlandse inkomstenbelastingheffing van internationaal chauffeur
Belanghebbende, een in Duitsland woonachtige Nederlandse werknemer bij een Nederlands transportbedrijf, werd door de Inspecteur belast over zijn loon op grond van artikel 49, zevende lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Dit artikel stelt dat Nederlanders die werkzaam zijn op vervoermiddelen van een Nederlands bedrijf geacht worden hun dienstbetrekking in Nederland te vervullen, waardoor hun loon in Nederland wordt belast.
Belanghebbende betoogde dat deze regeling discrimineert naar nationaliteit en in strijd is met artikel 48 (thans artikel 39) van het EG-verdrag, dat discriminatie op grond van nationaliteit verbiedt en het vrije verkeer van werknemers beschermt. Het Hof bevestigde dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van het recht op vrij verkeer en dat het onderscheid naar nationaliteit niet objectief gerechtvaardigd is.
Het Hof oordeelde dat de regeling in strijd is met het EG-recht en dat belanghebbende daarom niet in Nederland belast mag worden voor zijn looninkomsten, ook niet voor werkzaamheden op Nederlands grondgebied. De aanslag werd vernietigd en de Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Het Hof benadrukte dat de wetgever voor de toekomst een niet-discriminerende regeling kan treffen.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de aanslag inkomstenbelasting wegens verboden discriminatie naar nationaliteit en veroordeelt de Inspecteur tot proceskostenvergoeding.