ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8804
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- H. Vermeulen
- Grapperhaus
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens vermeende bodemverontreiniging door gemeente Lith
In deze zaak vordert geïntimeerde schadevergoeding van de gemeente Lith wegens vermeende bodemverontreiniging die de ziekte van zijn varkens zou hebben veroorzaakt, wat leidde tot sluiting van zijn bedrijf in 1987. De vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad en betreft schade geleden vóór 1992, waardoor het oude recht van toepassing is.
De gemeente stelt dat de vordering verjaard is, onder verwijzing naar de Wet 1924 en jurisprudentie van de Hoge Raad, die bepaalt dat de verjaringstermijn begint bij het ontstaan van de vordering, ongeacht kennis van de schade. Het hof oordeelt dat de bodemverontreiniging in deze zaak geen verborgen karakter heeft, omdat de vuilstort en mogelijke vervuiling al sinds de jaren zestig bekend waren. Geïntimeerde was vanaf 1977 bekend met de ziekte van zijn varkens en had voldoende kennis om zijn recht te bewaren.
Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat de gemeente niet onzorgvuldig heeft gehandeld door na 1982 geen nader onderzoek te verrichten, omdat de Interimwet Bodemsanering de provincie als bevoegd gezag aanstelde. De gemeente mocht erop vertrouwen dat de provincie het onderzoek zou uitvoeren. Ook is onvoldoende gebleken dat de gemeente onderzoek heeft gefrustreerd.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van geïntimeerde af. Hij wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. De door de gemeente gemaakte deskundigenkosten worden niet toegewezen omdat deze niet onder de proceskosten vallen.
Uitkomst: De vorderingen van geïntimeerde worden afgewezen wegens verjaring en onvoldoende bewijs van onzorgvuldig handelen door de gemeente.