ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0962
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Feith
- De Groot-van Dijken
- Hendriks-Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing loonvordering wegens ontbreken spoedeisend belang
Appellant stelde een loonvordering van €1.612,38 plus wettelijke verhoging en incassokosten tegen geïntimeerde, wegens vermeende onrechtmatige verrekening bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Hij betoogde dat de verrekening onrechtmatig was omdat het een boetebeding betrof, in strijd met de CAO was en de beslagvrije voet niet in acht was genomen.
De voorzieningenrechter wees de vordering af wegens ontbreken van spoedeisend belang, omdat appellant inmiddels een nieuwe baan had met een hoger inkomen. Appellant stelde in hoger beroep opnieuw geen feiten die spoedeisend belang aannemelijk maakten.
Het hof bevestigde dat het loonvordering niet spoedeisend was gezien de situatie van appellant en dat de eerdere afwijzing terecht was. De overige grieven werden niet behandeld omdat ze tegen overwegingen ten overvloede waren gericht. Het hoger beroep werd verworpen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af wegens ontbreken van spoedeisend belang en veroordeelt appellant in de proceskosten.