4.2. Het hof oordeelt omtrent grief I als volgt.
4.2.1. Grief I heeft betrekking op de vaststelling van de omvang van de schadepost van [geïntimeerde] ter zake de (eventuele) minderopbrengst van het huis in 1994 in vergelijking tot de met [appellant] overeengekomen koopprijs in 1992 van f 425.000,--.
Vaststaat dat het huis in 1992 aan [appellant] was verkocht voor de prijs van f 425.000,--.
Vaststaat voorts dat [geïntimeerde] het huis in juli 1994 heeft verkocht aan [kopers d.d. 1994]. Vaststaat eveneens dat [kopers d.d. 1994] aan [geïntimeerde] hebben betaald een bedrag van f 400.000,--. [geïntimeerde] stelt dat dit bedrag is opgebouwd uit de componenten koopsom huis à f. 380.000,-- en koopsom overgenomen roerende zaken à f. 20.000,--.
4.2.2. [appellant] betwist dat ter zake meeverkochte roerende zaken f 20.000,-- is betaald, en stelt dat dit bedrag onderdeel uitmaakt van de koopsom van het huis, zodat het verschil tussen de koopsom in 1992 en die in 1994 geen f 45.000,-- is, zoals de rechtbank heeft vastgesteld, doch slechts f 25.000,--. Daartoe heeft [appellant] gesteld dat hier sprake is geweest van een constructie om overdrachtsbelasting te vermijden, hetgeen ook blijkt uit het feit dat bij de koopovereenkomst geen lijst met meeverkochte roerende zaken is gevoegd. [Appellant] wijst hiertoe eveneens op de verklaring van getuige Struiksma, die spreekt over een verkoopprijs van f 400.000,--. [appellant] voegt hier aan toe dat [geïntimeerde] te dezer zake ook geen specifiek bewijsaanbod heeft gedaan.
4.2.3. Wat er zij van het ontbreken van een specifiek bewijsaanbod door [geïntimeerde] in eerste instantie, [geïntimeerde] heeft in appel bij zijn memorie van antwoord de betreffende lijst d.d. 2 april 1994 ("lijst van zaken behorende bij koopakte") overgelegd. Tevens heeft hij overgelegd een brief d.d. 10 september 2001 van de passerende notaris [notaris], waarin deze verklaart dat in genoemde lijst zijn opgesomd de door [kopers d.d. 1994] voor een bedrag van f 20.000,-- overgenomen roerende zaken, en die de suggestie van een "fiscale truc" nadrukkelijk verwerpt. [Geïntimeerde] heeft tevens overgelegd de koopakte en de transportakte waarin expliciet staat vermeld dat de koopsom van het huis f 380.000,-- en die van de meegeleverde roerende zaken f 20.000,-- is.
4.2.4. Het hof overweegt dat uit de koopovereenkomst, uit de transportakte, uit deze lijst en uit de brief van de passerende notaris [notaris] blijkt, dat partijen - en de notaris - ten tijde van de verkoop van de in de lijst opgesomde zaken en ten tijde van de levering van het huis, deze zaken hebben beschouwd als roerende zaken waarvoor - los van de koopsom van het huis - een aparte prijs betaald moest worden; dat deze prijs f 20.000,-- bedroeg en dat deze door [kopers d.d. 1994] betaald is. [appellant] heeft in zijn akte, na de overlegging van deze lijst genomen, niet op de verklaring van de notaris of op lijst en de daarin opgesomde zaken gereageerd, zodat het hof aanneemt dat hij de inhoud daarvan niet (langer) bestrijdt.
4.2.5. De stelling van [appellant], ter ondersteuning van zijn standpunt, dat getuige [getuige 1] ook sprak van "een verkoopprijs van f 400.000,--" berust naar het oordeel van het hof op gebrekkige lezing van de verklaring van getuige [getuige 1], die tijdens de enquête op 28 februari 2000 immers heeft verklaard:
" Volgens mij is de woning verkocht voor f. 400.000,-- inclusief overname" en " Ik vind dat gezien de markt dat op dat moment de prijs van f 400.000 inclusief overname redelijk is."
Voorts heeft getuige [getuige 1] verklaard: "Bij de tweede verkoop gingen er roerende zaken mee."
De verklaringen van getuige [getuige 1] onderstrepen naar het oordeel van het hof veeleer het standpunt van [geïntimeerde].
4.2.6. Het hierboven overwogene in onderling verband beschouwd brengt mee dat grief I faalt.