ECLI:NL:GHSHE:2002:AF1351
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag en boete omzetbelasting wegens onjuiste aangifte
De zaak betreft het beroep van een belanghebbende tegen een naheffingsaanslag en boete opgelegd door de Inspecteur op grond van artikel 40 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968. De Inspecteur legde een boete van 250 gulden op vanwege een onjuiste aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal van 1998.
De belanghebbende verklaarde dat zij altijd tijdig aangifte deed, maar in het derde kwartaal van 1998 per abuis een onjuiste aangifte had ingediend. Na een schriftelijke waarschuwing corrigeerde zij de fout, maar de Inspecteur stelde later vast dat een BTW-identificatienummer onjuist was doorgegeven, vermoedelijk door een typefout vanwege slecht gezichtsvermogen.
Het Hof oordeelde dat de boete onterecht via een naheffingsaanslag was opgelegd, terwijl deze bij voor bezwaar vatbare beschikking had moeten worden opgelegd. Daarom werd de naheffingsaanslag vernietigd en het door de belanghebbende betaalde griffierecht vergoed. Omdat de belanghebbende geen proceskostenvergoeding had verzocht en geen kosten had gemaakt die daarvoor in aanmerking kwamen, werden de proceskosten niet toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete omzetbelasting worden vernietigd en het betaalde griffierecht wordt vergoed.