ECLI:NL:GHSHE:2002:AF1352
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.J. Huige
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van renteaftrek en loonbeslag in inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende was in 1993 in dienst bij A B.V. en had diverse schulden bij meerdere schuldeisers, waarop loonbeslag was gelegd. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op met een belastbaar inkomen van ƒ 71.182,-, waarbij slechts een deel van de door belanghebbende geclaimde rente van schulden en kosten van geldleningen werd toegelaten.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en voerde aan dat de ingehouden bedragen door A onterecht in het belastbare inkomen waren opgenomen en dat de Inspecteur ten onrechte slechts een deel van de renteaftrek had toegestaan. Het Hof stelde vast dat de loonbeslagen terecht als inkomen werden gerekend, conform artikel 33 van Pro de Wet op de Inkomstenbelasting 1964.
Verder oordeelde het Hof dat een deel van de rente op een zakelijke bankrekening niet tot de persoonlijke verplichtingen van belanghebbende behoorde en dat betalingen aan een schuldeiser zonder bewijs van rentebetaling niet tot aftrek konden leiden. De rentedragend geworden rente op bepaalde schulden kon echter wel in aftrek worden gebracht. Omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor het overige geclaimde bedrag, werd dit afgewezen.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 66.572,- en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. Belanghebbende werd op regelmatige wijze opgeroepen voor de zitting, maar was niet verschenen.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen wordt vastgesteld op ƒ 66.572,- met gedeeltelijke afwijzing van de renteaftrek en vergoeding van het griffierecht.