ECLI:NL:GHSHE:2002:AF2224
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Kranenburg
- Smeenk-Van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheid na whiplashongeval en verzekeringsuitkering
In deze zaak staat de vraag centraal of de arbeidsongeschiktheid van geïntimeerde, ontstaan na een verkeersongeval op 4 januari 1994, rechtstreeks en uitsluitend het gevolg is van medisch vast te stellen gevolgen van dat ongeval. Geïntimeerde is sinds 1987 verzekerd bij Interpolis tegen arbeidsongeschiktheid voor zijn beroep als pluimveehouder.
Na het ongeval ontving geïntimeerde aanvankelijk een volledige uitkering, die later werd verlaagd. Deskundigen, een neuroloog en een neuropsycholoog, stelden vast dat geïntimeerde diverse klachten en beperkingen heeft die medisch te duiden zijn als het post-whiplashsyndroom, inclusief cognitieve stoornissen. Interpolis betwistte de causaliteit en de medische vaststelling van deze klachten.
Het hof oordeelt dat de deskundigenrapporten overtuigend aantonen dat de klachten medisch vaststaan en rechtstreeks en uitsluitend het gevolg zijn van het ongeval. De stelling van Interpolis dat er geen medisch vast te stellen gevolgen zijn vanwege het ontbreken van objectief meetbare neurologische afwijkingen wordt verworpen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Interpolis in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de arbeidsongeschiktheid medisch vaststaat en veroordeelt Interpolis tot betaling van de verzekeringsuitkering en kosten.