ECLI:NL:GHSHE:2002:AF2227
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen ondernemerschap kunstenaar in 1997 voor inkomstenbelasting
De belanghebbende voerde aan dat hij in 1997 als professioneel kunstenaar ondernemer was, onderbouwd met zijn kunstacademiestudie, investeringen in zijn loopbaan en plannen voor verhuur en exposities. De Inspecteur erkende de professionele aard van de activiteiten, maar betwistte dat redelijkerwijs voordeel uit deze activiteiten te verwachten viel.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de Inspecteur aan dat de belanghebbende in de jaren 1998 tot en met 2000 aanzienlijke verliezen had geleden en dat de omzet in de jaren 1998 tot en met 2002 zeer gering was. Het Hof oordeelde dat de belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat in 1997 redelijkerwijs voordeel te verwachten viel en dat hij daarom geen onderneming dreef in de zin van artikel 6 Wet Pro IB 1964.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat in vergelijkbare gevallen ondernemerschap wel was geaccepteerd. Het Hof bevestigde de bestreden uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de belanghebbende in 1997 geen ondernemer was en wijst het beroep af.