ECLI:NL:GHSHE:2002:AF2808
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Van Soest-Van Dijkhuizen
- Smeets
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap geweigerd wegens overschrijding wettelijke termijn en rechtszekerheid
De vrouw heeft bij de rechtbank te Breda een verzoek ingediend tot ontkenning van het vaderschap van de man, die tijdens de geboorte van het kind haar echtgenoot was. De rechtbank verklaarde haar niet ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn. De vrouw ging in hoger beroep en stelde dat haar huidige echtgenoot de biologische vader is en dat het belang van haar familie- en gezinsleven, beschermd door artikel 8 EVRM Pro, prevaleert boven het wettelijk vermoeden van vaderschap.
Het hof oordeelde dat de wettelijke termijnen uit de Wet tot herziening van het afstammingsrecht van openbare orde zijn en dat de vrouw haar verzoek niet tijdig heeft ingediend. Hoewel het gezin met de huidige echtgenoot en het kind een 'family-life' vormt, kan de termijn niet worden overschreden zonder strijd met rechtszekerheid. Het hof verwees naar jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad die dit bevestigen.
De vrouw werd daarom niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek. Het hof benadrukte dat de man en het kind nog wel de mogelijkheid hebben om het vaderschap te ontkennen binnen de daarvoor geldende termijnen. De proceskosten werden gecompenseerd en ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De vrouw wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap wegens overschrijding van de wettelijke termijn.