ECLI:NL:GHSHE:2002:AF7753
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Eijsenga
- Otten
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord en poging tot moord door aanrijding schoonouders met auto
Op 26 februari 2001 reed verdachte met zijn auto met aanmerkelijke snelheid zijn schoonouders aan op een kruising in Eindhoven. De schoonmoeder overleed ter plaatse, de schoonvader raakte ernstig gewond. Verdachte had eerder die dag zijn schoonvader bedreigd en een afscheidsbrief geschreven.
Het hof stelde vast dat verdachte bewust en met voorwaardelijk opzet handelde, omdat hij zijn ogen dichtdeed en bewust op zijn schoonouders inreed. Hoewel de verdediging stelde dat er sprake was van een plotselinge gemoedsopwelling zonder voorbedachte raad, oordeelde het hof dat sprake was van voorbedachte raad en dat verdachte zijn wil niet vrij kon bepalen door een gebrekkige geestelijke ontwikkeling.
Het Pieter Baan Centrum concludeerde dat verdachte geen psychiatrische stoornis had, maar persoonlijkheidsproblematiek met narcistische en ontwijkende trekken. De kans op herhaling werd als gering ingeschat. Gelet op de ernst van het delict, het persoonlijk leed van de slachtoffers en de maatschappelijke verontrusting, legde het hof een gevangenisstraf van tien jaar op. Tevens werd de tijd in voorlopige hechtenis geheel in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens moord en poging tot moord met voorwaardelijk opzet.