ECLI:NL:GHSHE:2002:AF9721
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Otten
- Van Zon
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen handel en bezit van cocaïne met verbeurdverklaring geldbedrag
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het medeplegen van het binnenbrengen, bezit en handelen in cocaïne, een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 22 oktober 2001 ongeveer 473 gram cocaïne vanuit Curaçao naar Nederland heeft gebracht, op 23 oktober 2001 ongeveer 74 gram cocaïne in bezit had en in de periode februari 2000 tot oktober 2001 meerdere keren cocaïne heeft verkocht.
Het hof verwierp de verdediging dat de verdachte niet verantwoordelijk was voor de aankoop van vliegtickets voor een medeverdachte, en concludeerde dat de verdachte de tickets voor eigen rekening had gekocht. Diverse getuigenverklaringen en bewijsmiddelen ondersteunden de bewezenverklaring.
De ernst van de feiten, de georganiseerde professionaliteit van de handel, de grote hoeveelheid cocaïne en de eerdere veroordelingen van de verdachte speelden een rol bij de strafoplegging. Het hof veroordeelde de verdachte tot vier jaar gevangenisstraf, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis. Daarnaast werd een geldbedrag verbeurd verklaard en werden bepaalde goederen teruggegeven aan de verdachte.
Het arrest werd uitgesproken op 12 december 2002 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarbij het vonnis van de rechtbank Roermond werd vernietigd en het hoger beroep gegrond werd verklaard.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en verbeurdverklaring van geldbedrag.