ECLI:NL:GHSHE:2003:AF3456
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanhorigheden eigen woning voor huurwaardeforfait in inkomstenbelasting
Belanghebbende was eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak bestaande uit een woning met aanhorigheden zoals stallen, schuren en gronden. De waarde van deze onroerende zaak was vastgesteld via een WOZ-beschikking die onherroepelijk was geworden. Belanghebbende voerde aan dat de aanhorigheden niet tot de eigen woning behoorden omdat zij werden gebruikt voor werkzaamheden waaruit andere inkomsten uit arbeid werden verkregen, en dat deze daarom buiten het huurwaardeforfait moesten blijven.
Het geschil betrof de vraag of deze aanhorigheden als onderdeel van de eigen woning konden worden aangemerkt in de zin van artikel 42a, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof verwees naar de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarbij het van belang is dat de aanhorigheden behoren bij, in gebruik zijn bij en dienstbaar zijn aan de woning.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanhorigheden niet aan deze criteria voldeden. Ook was niet relevant dat de aanhorigheden werden gebruikt voor andere inkomsten uit arbeid, omdat zij niet werden gebruikt ten behoeve van een onderneming. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat slechts één ander geval werd genoemd zonder nadere onderbouwing.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de bestreden uitspraak, waarbij de aanhorigheden bij de woning werden gerekend voor het huurwaardeforfait. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.