ECLI:NL:GHSHE:2003:AF6060
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Kranenburg
- Smeenk-Van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onrechtmatige onttrekkingen uit nalatenschap en geldigheid volmacht
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of appellanten onrechtmatig gelden uit het vermogen van erflaatster hebben onttrokken en of de volmacht van 13 juni 1989 geldig was. Erflaatster had aan appellant 1 een volmacht gegeven om haar financiële belangen te beheren en was executeur testamentair. Na haar overlijden vorderden geïntimeerden schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige onttrekkingen en nietigheid van schenkingen.
De rechtbank oordeelde dat erflaatster ten tijde van de volmachtverlening wilsbekwaam was, maar later niet meer, en verklaarde een schenking van fl. 230.000,-- nietig. Tevens werd appellant 1 veroordeeld tot schadevergoeding wegens onrechtmatige onttrekkingen. Het hof bevestigde dat de bewijslast voor onrechtmatige onttrekkingen in eerste instantie bij geïntimeerden ligt, maar keerde deze later om vanwege onvoldoende onderbouwing door appellanten.
Het hof verwierp het beroep op verjaring en bevestigde dat rekening en verantwoording diende te worden afgelegd. Diverse grieven van appellanten werden afgewezen, waaronder tegen het deskundigenrapport en de toegepaste kostenposten. Het hof oordeelde dat de schenking van fl. 230.000,-- mogelijk nietig is, maar liet appellanten toe bewijs te leveren dat deze schenking overeenkwam met de uitdrukkelijke wil van erflaatster. De zaak werd aangehouden voor nader bewijs, waaronder getuigenverhoren, en verdere beslissingen werden uitgesteld.
Uitkomst: Het hof wijst diverse grieven af, bekrachtigt tussenvonnissen en het eindvonnis voor zover mogelijk, en houdt verdere beslissingen aan voor bewijslevering over de wil van erflaatster.