ECLI:NL:GHSHE:2003:AF6086
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzuimboete wegens te late aangifte inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende diende de aangifte inkomstenbelasting 1999 niet binnen de gestelde termijn in, waarop de inspecteur een aanmaning stuurde met een verlengde termijn tot 25 augustus 2000. De aangifte werd uiteindelijk op 29 augustus 2000 ontvangen, te laat volgens de wettelijke bepalingen. Belanghebbende stelde dat hij de aanmaning niet had ontvangen en betoogde dat de boete daarom onterecht was.
Het hof oordeelde dat de aanmaning wel was verzonden en dat volgens de geldende verzendtheorie de ontvangst niet vereist is voor het intreden van het rechtsgevolg van de boete. Het hof verwees naar een arrest van de Hoge Raad uit 1965 dat dit bevestigt. Omdat ook andere fiscale stukken naar hetzelfde adres waren ontvangen, achtte het hof aannemelijk dat de aanmaning ook was ontvangen.
De boete werd daarom terecht opgelegd en gehandhaafd. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Er was geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn en geen aanleiding tot vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete wegens te late aangifte wordt ongegrond verklaard en de boete bevestigd.