ECLI:NL:GHSHE:2003:AF6135
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Venner-Lijten
- Koens
- Draijer-Udo
- Rechtspraak.nl
Bevestiging machtiging tot gelde maken onroerende zaak ondanks bezwaar ouders
In deze zaak tussen ouders en hun zoon heeft het hof de beschikking van de rechtbank bevestigd waarin de zoon werd gemachtigd om een onroerende zaak te gelde te maken. De ouders hadden bezwaar gemaakt tegen deze machtiging en stelden dat de zoon een onjuiste rechtsgang had gekozen en dat de machtiging niet verleend had mogen worden.
Het hof oordeelde dat de zoon een gewichtige reden had voor de machtiging, omdat hij sinds december 2000 de woning had verlaten, terwijl de ouders deze bewoonden en hoofdelijk aansprakelijk waren voor de hypothecaire lening. De ouders boden onvoldoende garanties dat zij de verplichtingen zouden blijven nakomen, en de zoon liep risico op waardevermindering en negatieve registratie bij het BKR.
De belangen van de ouders, die de woning wilden blijven bewonen en geen vervangende woonruimte hadden, wogen volgens het hof niet zwaarder dan het belang van de zoon. De ouders hadden onvoldoende concrete feiten aangevoerd om hun bijzondere belang te onderbouwen. De machtiging werd daarom bevestigd met ingang van drie maanden na de uitspraak. De ouders werden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de zoon.
Uitkomst: Het hof bevestigt de machtiging aan de zoon tot gelde maken van de onroerende zaak met ingang van drie maanden na uitspraak en veroordeelt de ouders in proceskosten.