ECLI:NL:GHSHE:2003:AF6141
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Harmsen
- De Lange
- Urlings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoger beroep wegens bezit van hennepproducten boven gedooggrens
Verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder C van de Opiumwet, vanwege het bezit van 466 henneptoppen en vier hennepplanten. Verdachte stelde zich op het standpunt dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het aantal hennepplanten onder de gedooggrens van vijf bleef, en hij mocht vertrouwen op het gedoogbeleid.
Het hof onderzocht de geldende richtlijnen ten tijde van het feit en oordeelde dat hoewel het aantal planten onder de gedooggrens bleef, het bezit van 466 toppen het toegestane gewicht van vijf gram ruimschoots overschreed. Hierdoor kon verdachte geen beroep doen op het gedoogbeleid.
De bewijsvoering werd herzien en het hof vond voldoende feiten en omstandigheden om de bewezenverklaring te handhaven. Het hoger beroep werd verworpen en het vonnis van de politierechter bevestigd.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 18 maart 2003.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennepproducten boven de gedooggrens.