ECLI:NL:GHSHE:2003:AF7274
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Kranenburg
- Smeenk-Van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens appelgrens bij executiegeschil over explootkosten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 16 april 2002, waarin zijn vorderingen tot verklaring voor recht, verbod op executiehandelingen en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van geïntimeerde BSI waren afgewezen. Het geschil betreft de executie van vonnissen van de kantonrechter en rechtbank over de terugname van een elektrische boiler en betaling van explootkosten inclusief BTW.
Het hof heeft de waarde van de vorderingen van appellant gekapitaliseerd en vastgesteld op een bedrag van f. 33,32, wat ruim onder de appelgrens van € 1750,-- ligt. Ook de vordering tot verbod op toekomstige executiehandelingen en schadevergoeding wegens toekomstige schade worden buiten beschouwing gelaten bij de waardebepaling. Hierdoor is appellant niet ontvankelijk in het hoger beroep.
Het hof veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 1.047,50, en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee wordt het vonnis van de rechtbank bevestigd zonder inhoudelijke behandeling van de grieven.
Uitkomst: Appellant wordt niet ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens onvoldoende appelwaarde en veroordeeld in de proceskosten.