ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8144
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pensioenlichaam in successierechtelijke context bij B.V. na overlijden erflaatster
Belanghebbenden zijn aangeslagen in het recht van successie naar aanleiding van hun verkrijgingen uit de nalatenschap van erflaatster, overleden op 20 april 1995. De vraag was of de B.V., waarin pensioenverplichtingen waren opgenomen, kwalificeerde als een pensioenlichaam in de zin van artikel 13a van de Successiewet 1956.
De Hoge Raad had in een eerder arrest het begrip pensioenlichaam restrictief uitgelegd: de bezittingen van het lichaam moeten voor ten minste 90% dienen ter dekking van pensioenverplichtingen. Het Hof stelde vast dat het dekkingspercentage van de B.V. per overlijdensdatum van erflaatster circa 52% bedroeg, ruim onder de vereiste 90%.
Daarmee was geen sprake van een pensioenlichaam. Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de aanslagen successierecht voor belanghebbenden aanzienlijk en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. Tevens werd het door belanghebbenden betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat de B.V. geen pensioenlichaam is en vermindert de aanslagen successierecht voor belanghebbenden.