ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8193
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verplichte ziekenfondsverzekering zelfstandigen op basis van inkomensgemiddelde
De belanghebbende, een zelfstandige assurantietussenpersoon sinds 1987, maakte bezwaar tegen de verklaring van de Inspecteur dat hij voor het jaar 2000 verplicht ziekenfondsverzekerd is. De Inspecteur baseerde deze verklaring op het gemiddelde belastbare inkomen over de jaren 1995 tot en met 1997, de zogenoemde basisreferteperiode.
De belanghebbende voerde aan dat het onjuist was om hem te verplichten naar het ziekenfonds te gaan, mede vanwege de groei van zijn onderneming en het feit dat hij terug moest naar een particuliere verzekering. Tevens stelde hij dat de regeling onredelijk was omdat deze geen rekening hield met inkomensschommelingen en geen overgangsregeling bevatte.
Het hof overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een systeem dat het jojo-effect beperkt, gebaseerd op objectieve en betrouwbare gegevens, en praktisch uitvoerbaar is voor de belastingdienst. Het beroep op het vertrouwens-, zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel faalde, mede omdat het systeem een compromis is dat ook nadelige gevolgen voor starters kan hebben.
De Hoge Raad had in eerdere arresten bevestigd dat het rechtszekerheidsbeginsel niet verbiedt dat de verzekeringsplicht wordt gekoppeld aan inkomens uit voorgaande jaren. Het hof concludeerde dat de Inspecteur terecht de verklaring had afgegeven en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de zelfstandige tegen de verklaring verplichte ziekenfondsverzekering voor 2000 wordt ongegrond verklaard.