ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8233
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- De Kok
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over regresvordering en verzekeringsplicht bij verhuur vrachtwagencombinatie
In deze civiele zaak staat de vraag centraal wie aansprakelijk is voor schade veroorzaakt bij een verkeersongeval met een gehuurde vrachtwagencombinatie. Appellant verhuurde de combinatie aan geïntimeerde, die deze onderverhuurde aan een derde partij. Na een ongeval waarbij schade ontstond aan een derde vrachtwagen, vergoedde het Waarborgfonds de schade en verhaalde dit op appellant als eigenaar. Appellant vordert vervolgens verhaal op geïntimeerde, stellende dat deze de combinatie tegen wettelijke aansprakelijkheid had moeten verzekeren.
De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van de verzekeringsafspraak. Het hof bevestigt dat de bewijslast bij appellant ligt en dat niet is komen vast te staan dat geïntimeerde de WA-verzekering zou afsluiten. Wel oordeelt het hof dat partijen op grond van de wet hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens het Waarborgfonds en dat een regresverhouding is ontstaan.
Het hof weegt dat beide partijen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht omtrent de verzekering en bepaalt dat zij ieder de helft van de schade moeten dragen. Daarnaast wordt geïntimeerde veroordeeld tot betaling van de helft van de proceskosten. De vordering tot betaling van huurpenningen na het ongeval wordt afgewezen omdat de huurovereenkomst geacht wordt te zijn geëindigd.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de schadevergoeding en helft van de proceskosten aan appellant.