ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8343

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
29 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
20.003181.02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Bergkotte
  • Van Zon
  • De Bruijne
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 OpiumwetArt. 2 OpiumwetArt. 261 SvArt. 27 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring onduidelijke dagvaarding in zaak uitvoer heroïne en cocaïne

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet, met betrekking tot uitvoer van heroïne en cocaïne. In hoger beroep oordeelt het hof dat de tenlastelegging onvoldoende specifiek is en niet voldoet aan de eisen van artikel 261 Sv Pro. De dagvaarding is te vaag en onbepaald, waardoor niet duidelijk is welke specifieke strafbare feiten aan verdachte worden verweten.

Het strafdossier bevat een omvangrijk proces-verbaal met transcripties van meer dan achtduizend afgeluisterde telefoongesprekken en observaties, waarin de verdachte voorkomt. Echter is niet helder welke feiten concreet aan hem kunnen worden toegerekend. Hierdoor is het voor de verdediging onmogelijk om een gerichte verdediging te voeren en voor het hof om een degelijk onderzoek te doen.

Het hof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank Maastricht en verklaart de inleidende dagvaarding nietig. De zaak zal opnieuw moeten worden behandeld met een duidelijke en specifieke dagvaarding. De uitspraak is gedaan door het hof 's-Hertogenbosch op 29 april 2003.

Uitkomst: De dagvaarding wordt nietig verklaard wegens onvoldoende specificatie van de tenlastelegging.

Uitspraak

parketnummer : 20.003181.02
uitspraakdatum : 29 april 2003
tegenspraak
GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
meervoudige kamer voor strafzaken
A R R E S T
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Maastricht van 27 juni 2002 in de strafzaak onder parketnummer 03/008122-02 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], [geboortedatum],
wonende te [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.
Het beroepen vonnis
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
De geldigheid van de inleidende dagvaarding
Aan de verdachte is tenlastegelegd, dat hij zich in [pleegplaats], in of omstreeks de periode van [pleegdatum],
telkens tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
en telkens meermalen, althans eenmaal,
heeft schuldig gemaakt aan -zakelijk weergegeven-
uitvoer van heroïne en/of cocaïne (naar Duitsland en/of Frankrijk) en
uitvoer van heroïne en/of cocaïne (naar Duitsland en/of Frankrijk) in de ruime betekenis van artikel 1, vijfde lid, van de Opiumwet,
subsidiair
verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, althans aanwezig hebben van heroïne en/of cocaïne.
Gelet op het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is het hof van oordeel, dat deze tenlastelegging niet voldoet aan de vereisten, die daar op de voet van het bepaalde bij artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering aan mogen worden gesteld.
Zij is namelijk zodanig onbepaald -niet geheel onbegrijpelijk heeft de verdediging in eerste aanleg gesproken over een doe-het-zelf dagvaarding- dat daaruit niet valt op te maken welk(e) specifiek(e) verwijt(en) zij behelst.
Ook het strafdossier biedt daarvoor geen soulaas.
In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van opsporingsonderzoek, opgemaakt tegen verdachte en een aantal medeverdachten, dat een aanzienlijk aantal, hoofdzakelijk bij de Opiumwet strafbaar gestelde, feiten relateert van uiteenlopende aard, op diverse data gepleegd.
Dit proces-verbaal bevat in hoofdzaak de transcripties van meer dan achtduizend afgeluisterde telefoongesprekken, in een aantal waarvan verdachtes voornaam ter sprake komt, zomede het relaas van een groot aantal observaties, bij een aantal waarvan de verdachte is waargenomen. Niet is evenwel zonder meer duidelijk, bij welk(e) beweerdelijk gepleegd(e) strafba(a)r(e) feit(en) de verdachte daardoor als betrokken zou kunnen worden aangemerkt.
Onder deze omstandigheden is de verdachte niet tot een behoorlijke verdediging en het gerechtshof niet tot een behoorlijk onderzoek ter terechtzitting in staat.
Het hof zal de inleidende dagvaarding bijgevolg nietig verklaren.
B E S L I S S I N G :
Het hof:
Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht.
Verklaart de inleidende dagvaarding nietig.
Dit arrest is gewezen door Mr. Bergkotte, als voorzitter
Mrs. Van Zon en De Bruijne, als raadsheren
in tegenwoordigheid van Dhr. Boekelman, als griffier.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 april 2003.
Mr. De Bruijne is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.-
U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G
zaaknr.: 04
tijd : 11.00
rolnummer: 20.003181.02
verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], [geboortedatum],
wonende te [adres],
Is bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Maastricht van 27 juni 2002 ter zake van:
subsidiair:"Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder B van de Opiumwet gegeven verbod",
veroordeeld tot:
t.a.v. subsidiair: gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
t.a.v. primair: vrijspraak, zijnde het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen