ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8347
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Poorter
- Ficq
- Nieuwenhuijsen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zedenzaken met vrijspraak en veroordeling tot gevangenisstraf
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 9 juli 2002. De zaak betrof meerdere zedendelicten tegen minderjarige slachtoffers, waarbij verdachte werd verdacht van onder meer verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
Het hof oordeelde dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig was voor de tenlasteleggingen onder 1 primair en 4 primair, en sprak verdachte daarvan vrij. Wel achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door bedreiging met geweld een minderjarige had gedwongen tot ontuchtige handelingen, hetgeen werd gekwalificeerd als feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren.
Het hof besprak uitvoerig de bewijsvoering, waaronder DNA-onderzoek, getuigenverklaringen en technische sporenonderzoeken. Hoewel onzuiverheden in het opsporingsonderzoek werden vastgesteld, leidde dit niet tot bewijsuitsluiting. De strafoplegging hield rekening met de ernst van het delict, de maatschappelijke verontrusting en het recidiverende karakter van verdachte. Tevens werd schadevergoeding toegewezen aan het slachtoffer. De voorlopige hechtenis bleef gehandhaafd voor het bewezenverklaarde feit.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid met toewijzing van schadevergoeding aan het slachtoffer en vrijspraak van andere tenlastegelegde feiten.