ECLI:NL:GHSHE:2003:AF9351
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- H. Gründemann
- H. Vermeulen
- Grapperhaus
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid beslaglegger bij conservatoir beslag en kostenveroordeling
In deze zaak stond de vraag centraal of appellante voldoende zorgvuldigheid in acht had genomen bij het leggen en het voortduren van conservatoire beslagen onder de Rabobank en op roerende zaken van geïntimeerde. Appellante had twee vorderingen: een wegens gebruik van een stal en een wegens (ver)huur van een woning, waarvoor zij beslag had gelegd. Hoewel geïntimeerde een bankgarantie stelde ter zekerheid, heeft appellante het beslag niet tijdig opgeheven en onvoldoende duidelijkheid verschaft over het voortduren van het beslag.
Geïntimeerde vorderde in kort geding opheffing van de beslagen en vergoeding van de proceskosten. De voorzieningenrechter oordeelde dat beslag een ingrijpende maatregel is die zorgvuldigheid vereist en dat appellante nalatig was in het opheffen van het beslag en het informeren van geïntimeerde en de Rabobank. Het hof bevestigt deze maatstaf en stelt dat appellante het beslag ter zake van de eerste vordering na ontvangst van de bankgarantie had moeten opheffen. Voor de tweede vordering had appellante de beslagen moeten opheffen of in elk geval duidelijkheid moeten verschaffen over het verval ervan.
Het hof wijst het bewijsaanbod van appellante af vanwege de aard van het kort geding, verwerpt de grief en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter. Appellante wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, die aan de zijde van geïntimeerde worden begroot op €775. De uitspraak benadrukt de verplichting van beslagleggers tot terughoudendheid en zorgvuldigheid bij het leggen en handhaven van beslagen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellante in de proceskosten wegens nalatigheid bij het opheffen van conservatoire beslagen.