ECLI:NL:GHSHE:2003:AF9630
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting carnavalsvereniging
Belanghebbende, een carnavalsvereniging, voerde beroep aan tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1 januari 1995 tot en met 30 november 1999. Het geschil betrof de vraag of de activiteiten van belanghebbende konden worden aangemerkt als vrijgestelde leveringen en diensten van sociale of culturele aard volgens artikel 11 lid 1 onderdeel Pro f van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het Hof stelde vast dat carnavalsverenigingen niet voorkomen in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen lijst van vrijgestelde ondernemers en dat de activiteiten van belanghebbende daarom niet onder de vrijstelling vielen. De brief van de staatssecretaris van Financiën uit 1996, waarin sprake is van een goedkeurend beleid ten aanzien van bepaalde culturele activiteiten van carnavalsverenigingen, bood geen grondslag voor vrijstelling van de door belanghebbende verrichte activiteiten, waaronder de vlooienmarkt.
Subsidiair stelde belanghebbende dat de vlooienmarkt vrijgesteld zou zijn op grond van een besluit van de staatssecretaris uit 1999, maar ook dit werd verworpen omdat in dat besluit expliciet werd uitgesloten dat fondswervende activiteiten van carnavalsverenigingen onder de regeling vielen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de carnavalsvereniging tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.