ECLI:NL:GHSHE:2003:AF9631
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Simons
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid aanslag leges bouwvergunning ondanks weigering vergunning
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een bouwvergunning bij de gemeente Boxtel, waarvoor leges werden opgelegd van fl. 64.549,00. De vergunning werd geweigerd, waarna belanghebbende bezwaar maakte tegen de aanslag leges en vervolgens in beroep ging bij het Hof.
Het geschil betrof de vraag of de aanslag terecht en in juiste hoogte was opgelegd. Belanghebbende stelde dat leges pas verschuldigd zijn bij verlening van de vergunning en dat de Verordening onverbindend is omdat er geen redelijke relatie bestaat tussen leges en kosten. Het Hof verwierp deze stellingen en oordeelde dat leges verschuldigd zijn bij het in behandeling nemen van de aanvraag, ongeacht het resultaat.
Ook de stelling dat belanghebbende geen individueel belang had vanwege de weigering werd verworpen. Het Hof benadrukte dat het belang van de aanvrager niet bepalend is voor de heffing van leges. De hoogte van de leges is niet afhankelijk van de feitelijke werkzaamheden van de gemeente.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag leges bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag leges wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.