ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9719
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correctheid loonbelastingcorrecties en hoorplicht in bezwaarprocedure
Belanghebbende, aandeelhouder en werkzaam in een vennootschap die stripboeken uitgeeft en handelt in telefoonkaarten, heeft voor de jaren 1998 en 1999 aangiftes gedaan met belastbare inkomens van respectievelijk ƒ 93.985,-- en ƒ 92.041,--. De Inspecteur corrigeerde deze aangiften op grond van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 en stelde het loon op ƒ 20.000,-- per jaar.
Belanghebbende voerde aan dat de correcties onterecht waren en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld te worden gehoord, terwijl de Inspecteur de juistheid van de correcties verdedigde. Het hof hield een zitting met gesloten deuren, waar partijen hun standpunten toelichtten en pleitnota’s werden ingediend.
Het hof oordeelde dat de door belanghebbende overgelegde urenstaten onvoldoende bewijs leverden om het gebruikelijk loon lager vast te stellen dan het door de Inspecteur gehanteerde bedrag. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij benadeeld was door het ontbreken van een hoorzitting.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. Het hof veroordeelde partijen niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de loonbelastingcorrecties worden bevestigd.