ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9926
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Van Etten
- De Wolff
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over voorrang bij benoeming in schaal 12-functie op grond van afvloeiingsvolgorde
Appellant is sinds 1976 als eerstegraads docent handvaardigheid in dienst van KSE en vordert benoeming in een schaal 12-functie per 1 augustus 2000 op grond van art. V-R401 Rpbo, dat voorrang bij benoeming regelt volgens afvloeiingsvolgorde.
De kantonrechter wees de vordering af omdat een collega met hogere anciënniteit zou zijn voorgaan. Appellant betwist dit en stelt dat op grond van een overgangsbepaling zijn anciënniteit hoger is. Tevens heeft die collega afstand gedaan van zijn recht op de schaal 12-functie.
Het hof oordeelt dat voor de toepassing van art. V-R401 Rpbo alleen gekeken moet worden naar eerstegraads bevoegde collega's met hogere anciënniteit. KSE heeft de voorrangspositie van appellant ten onrechte genegeerd bij het vervullen van de vacature. De briefwisseling toont dat KSE de vacature aanvankelijk verzweeg en pas na druk openheid gaf, terwijl de benoeming toen al had plaatsgevonden.
Het beroep op het vijfde lid van art. V-R401 Rpbo door KSE, dat een uitzondering op de voorrangsregel inhoudt, wordt verworpen omdat KSE deze belangenafweging niet heeft gemaakt bij de vacature-invulling.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter, verklaart voor recht dat KSE toerekenbaar tekort is geschoten, veroordeelt KSE tot benoeming en betaling van salaris en wettelijke rente vanaf 22 januari 2001, en veroordeelt KSE in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof veroordeelt KSE tot benoeming van appellant per 1 augustus 2000 in een schaal 12-functie met betaling van salaris en wettelijke rente.