ECLI:NL:GHSHE:2003:AL1496
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rothuizen-Van Dijk
- Meulenbroek
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens vertraagde levering woning na conservatoir beslag
In deze civiele zaak ging het om de koop van een woning door geïntimeerde van appellant, waarbij levering uiterlijk 1 februari 1999 diende plaats te vinden. Door een conservatoir beslag gelegd door een derde partij, werd de levering vertraagd. Appellant stelde zich niet nalatig te hebben gedragen omdat hij door derden werd belemmerd, en voerde overmacht aan. Het hof oordeelde dat appellant nalatig was omdat hij niet tijdig leverde, ongeacht de oorzaak.
Het hof stelde vast dat het boetebeding in de koopovereenkomst ook ziet op vertraging in medewerking aan levering. Appellant kon zich niet beroepen op overmacht, omdat hij zelf de situatie had veroorzaakt door met twee makelaars tegelijk te werken, waardoor meerdere kopers zich konden melden. Ook het beroep op onrechtmatig handelen van geïntimeerde faalde, omdat deze mocht vertrouwen op de koopovereenkomst.
Ten aanzien van de hoogte van de boete oordeelde het hof dat matiging op zijn plaats was, aangezien de vertraging slechts enkele maanden bedroeg en geen grote schade was aangetoond. De boete werd daarom gematigd tot €7.500. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde appellant tot betaling van dit bedrag met rente, waarbij de proceskosten tussen partijen werden gecompenseerd.
Uitkomst: Appellant is veroordeeld tot betaling van een gematigde boete van €7.500 wegens vertraagde levering van de woning.